Communicatie bij bestemmingsplannen

De meeste bestemmingsplannen worden binnen de gemeente voorbereid en uiteindelijk vastgesteld. Bases voor het opstellen en actualiseren van een bestemmingsplan zijn veelal het bestaande bestemmingsplan, wat er sinds de vaststelling daarvan is gebeurd (art. 19-procedures e.d.), wat de nieuwe inzichten zijn en nieuwe wet- en regelgeving (milieu!) en in het gebied van de rechter Maasoever: de MAZ. Ook voor het opstellen en vaststellen van bestemmingsplannen zijn procedures vastgelegd, inclusief ten aanzien van de wijze van publicatie, het verzorgen van inspraak en het indienen van en omgaan met zienswijzen.

Het bestemmingsplan is bindend: het geldt zowel voor burgers, bedrijven als voor de gemeente zelf. Bestemmingsplannen bevatten niet alleen regels over het grondgebruik, maar bijvoorbeeld ook over maximale hoogte en breedte van bouwwerken. In principe moet een bestemmingsplan elke tien jaar opnieuw worden geactualiseerd.

Voordat de gemeente een voorontwerp bestemmingsplan opstelt, verkent de gemeente veelal eerst de haalbaarheid. Er komt een globale stedenbouwkundige schets, de juridische aspecten worden beschreven, er komt een onderzoek naar de risico’s en een financieel exploitatie onderzoek. Het is goed in deze voorfase direct betrokken partijen te raadplegen, in het kader van plannen ten aanzien van de RMO dus ook Deltalinqs (hoewel verschillende aspecten mogelijk ook reeds zijn vastgelegd in een locaal convenant; natuurlijk moet hetgeen daar is bepaald/afgesproken niet worden “over gedaan”).

Ook voor bestemmingsplannen worden veelal informatiebijeenkomsten gehouden. Communicatie betreft hier ook overleg met betrokkenen (inspraak); er is bij communicatie over de MAZ geen sprake van stukken anders dan gebruikelijk in het proces van bestemmingsplannen.