Communicatie bij visieontwikkeling
Visieontwikkeling is de eerste zichtbare stap in de uitwerking van een (bestuurlijke) ambitie. Visieontwikkeling in het gebied van de rechter Maasoever zal natuurlijk zijn gebaseerd op de kennis van de Milieuaandachtszone. Zeker hier zullen de milieuaspecten vroegtijdig moeten worden geïntegreerd. Zo liggen er kansen om de eventuele daaruit voortvloeiende belemmeringen tot een minimum te beperken en om de leefomgevingskwaliteit verder te verbeteren en af te stemmen op het gebruik van het gebied. Ook kan zo maximaal gebruik worden gemaakt van de ruimte die plantechnisch beschikbaar is.
Provincie- en gemeentebestuurders en -ambtenaren kunnen gedachten uitwerken over mogelijke toekomstige ontwikkelingen van een gebied en hier ook enige uitwerking aan geven. Deze gedachtevorming heeft geen enkele status, maar kan wel snel een eigen leven gaan leiden. De illusie mag niet bestaan dat de gedachtevorming lang “geheim” zal blijven.
Om niet bij voorbaat weerstanden op te roepen is het raadzaam om eventuele betrokkenen al in een vroeg stadium te raadplegen. Probleem van het in een beginstadium bespreken van ruimtelijke plannen is dat deze plannen mogelijk leiden tot speculatie. Ook kan het in een later stadium moeilijker (duurder en juridisch complexer) blijken om op de betreffende locaties tot realisatie van die eventuele plannen te komen.
Overleg en meedenken zou kunnen geschieden door vertegenwoordigers van de eigenaren en gebruikers van de betreffende gronden en aangrenzende gemeenten en andere betrokkenen te informeren binnen al bestaand periodiek overleg of door het houden van één of meer (besloten?) informatieavonden. Duidelijk moet zijn dat het hier nog slechts gaat over meedenken in een gedachtevorming (n.b.: dit kan ook tegenstand mobiliseren). De nadruk ligt meer op informatie verkrijging dan informatie geven. Zeker bij overleg en informatieavonden in zo’n vroeg stadium is het van groot belang dat de initiatiefnemers hiervan zorgvuldig nagaan hoe de informatie/ gedachtewisseling is overgekomen.
Typerend voor deze fase is dat er over het algemeen geen (juridisch) bindende afspraken worden gemaakt of inspraak momenten zijn.