Cumulatie van geluid

Voor veel, zoniet alle, nieuwbouwplannen binnen de Milieuaandachtszone zal gelden dat het plan gelegen is binnen de zones van meerdere geluidsbronnen (bijvoorbeeld binnen de zone van een industrieterrein én binnen de zone van een weg). De Wet geluidhinder (artikel 110f) stelt dat in dergelijke situaties onderzoek moet worden verricht naar de totale (gecumuleerde) geluidsbelasting. Burgemeester en Wethouders mogen alleen een hogere geluidsbelasting dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde vaststellen voor zover de gecumuleerde geluidsbelastingen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting (Wet geluidhinder, artikel 110a). Over wat onaanvaardbaar is doet de Wet geluidhinder geen uitspraak, dit is ter beoordeling aan Burgemeester en Wethouders. Zij hebben hierin dus duidelijk een stuk beleidsvrijheid, wat natuurlijk niet wil zeggen dat daarmee extreem hoge geluidsbelastingen kunnen worden toegestaan. Sommige gemeenten, waaronder de gemeente Rotterdam, hebben een zogenaamd “hogere waarden beleid” vastgesteld, waarin ook grenswaarden zijn opgenomen voor de gecumuleerde geluidsbelasting.

De gecumuleerde geluidsbelasting (L*CUM in dB) dient berekend te worden volgens het Reken- en Meetvoorschrift Wet geluidhinder. De rekenmethode komt er in het kort op neer dat de geluidsbelasting vanwege de “andere” geluidsbron(nen) eerst wordt omgerekend naar een geluidsbelasting vanwege het wegverkeer die dezelfde geluidshinder veroorzaakt. Vervolgens worden de geluidsbelastingen (energetisch) bij elkaar opgeteld.

NB. Uit onderzoek is gebleken dat, bij een gelijke geluidsbelasting, de optredende geluidshinder per geluidssoort verschilt, oftewel verschillende geluidssoorten hebben verschillende "dosis-effectrelaties". Railverkeerslawaai wordt (bij een gelijke geluidsbelasting) als minder hinderlijk ervaren dan wegverkeerslawaai, industrie- en luchtverkeerslawaai juist als hinderlijker dan wegverkeerslawaai.