Geur

Geurhinder

Met ongeveer 5.000 stankklachten per jaar scoort Rijnmond hoog voor Nederlandse begrippen. Voor de Rijnmond Regio is er, gezien deze hindersituatie, een speciaal geurbeleid opgesteld: “Geuraanpak Kerngebied Rijnmond”, 2005. Dit om hinder ten gevolge van meer geurbronnen te voorkomen.

Inzicht in geurhinder is belangrijk:

  • om een helder beeld te krijgen van de impact van geur op de regio en daarmee te beschikken over argumenten waarom op een bepaalde plaats wel of niet kan worden gebouwd
  • bij de ontwikkeling van (en de communicatie over) nieuwe locaties voor (beperkt) kwetsbare objecten.

Om te kunnen beschrijven wat in de toekomst aan geurhinder te verwachten is naar plaats en oorzaak is in 2006 gestart met het ontwikkelen van de geurkaart. Zo kan voor een geplande woonwijk en voor bestaande woonlocaties de omvang van de geurhinder zonder en met beleid in beeld worden gebracht.

Geurkaart

Een geurkaart is van belang bij het beantwoorden van vragen als: Hoe kunnen we sneller de impact vaststellen (waar wonen de mensen en waar ga je woningbouw ontwikkelen en wat is het effect van geur op de betreffende locaties)? Hoe gaan we de beoordeling invullen? Welke criteria vinden we acceptabel en wat is de rol van de provincie en van de gemeente in deze?
De geurkaart, die de industriële geurbronnen aangeeft, met hun geurbelasting, geurcumulatie en de relatie met de daaruit voortvloeiende hinder in het gebied anno 2006 is beschikbaar. Dat maakt een gewogen beslissing mogelijk waarop RO beleid kan worden opgesteld. Met de geurkaart is aangetoond dat het regionale klachtenpatroon het cumulatie-effect bevestigt.
Thans wordt gewerkt aan het actualiseren en verbeteren van de geurcontouren en het uitbreiden van het bedrijvenbestand (met bijvoorbeeld snackbars en restaurants).

De geurcontouren van een bedrijf weerspiegelen de "vergunde"emissies of wel de reguliere emissies. Incidenten zijn "niet reguliere, niet vergunde emissies". Daarom zijn deze niet meegenomen in het onderzoek ten behoeve van de geurkaart.

Overige instrumenten

Naast de geurkaart beschikt men in de regio Rijnmond over twee controlerende instrumenten:

  1. E-nose
    De e-nose is voor de overheid een instrument om sneller en efficiënter de geurbronnen op te sporen die tot klachten kunnen leiden. Klachten komen in principe later binnen (verspreiding en reactie snelheid zijn dan bepalend) dan het tijdstip waarop het incident begon. Met e-nose (mits adequaat opgesteld en afgelezen) kan sneller worden ingegrepen, omdat daarmee eerder wordt geconstateerd dat er sprake is van een incident. Daardoor kan de omvang van de overlast beperkt worden.
  2. Computerprogramma
    Het bedrijfsleven heeft een computerprogramma waarmee voorspellingen kunnen worden gedaan over de verspreiding van stank. De ontwikkeling van stankpluimen kan worden voorspeld. Door tijdig ingrijpen kan plaats en hoeveelheid geuremissie als gevolg van verlading worden beïnvloed (sneller en of minder snel verladen heeft effect op de stankwolk en het geureffect).