Veiligheidscontour

Het haven industrieel complex (HIC) in de regio Rijnmond is een gebied waar sprake is van een concentratie van bedrijven waar intensief gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen. De aansluitende gebieden, m.n. in Vlaardingen, Schiedam en Rotterdam, zijn dichtbevolkt. Beide gebieden kampen met ruimtegebrek. Met de veiligheidscontour heeft men een instrument in handen om het ruimtegebruik te optimaliseren en naar de toekomst toe vast te leggen. Daarom stellen de bevoegde gezagen in het kader van Wet milieubeheer en Wet ruimtelijke ordening voor om voor het haven industrieel complex veiligheidscontouren vast te stellen.

Doel veiligheidscontour

Doel van de veiligheidscontour is:

  • de ruimte te verdelen tussen risicovolle activiteiten enerzijds en stedelijke ontwikkelingen (o.a. op de Rechter Maasoever) anderzijds;
  • het toestaan van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen de berekende risicocontouren van risicovolle bedrijven; aan deze toestemming is de voorwaarde verbonden dat deze objecten functionele gebonden moeten zijn.

De veiligheidscontour geeft de maximale ruimte aan tot waar de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour) (10-6 per jaar) van bedrijven mogen groeien. Binnen de veiligheidscontour wordt niet meer getoetst aan de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico. Zo kan het bevoegde gezag ruimte creëren/reserveren voor de groei van risicovolle bedrijven. Binnen de veiligheidscontour is woningbouw, of de bouw of vestiging van andere (beperkt) kwetsbare objecten die niet functioneel gebonden zijn, niet toegestaan.

Verschil tussen veiligheidscontour en risicocontour

Een risicocontour is gekoppeld aan de bedrijfsmatige activiteiten en dus een gegeven. Hij wordt bepaald met behulp van berekeningen (of vaste afstanden gebaseerd op berekeningen).
In tegenstelling tot de risicocontouren is het instrument veiligheidscontour een facultatief instrument. Het bevoegde gezag kan zelf kiezen of het wenselijk is een veiligheidscontour vast te stellen. Als zij daarvoor kiest bepaald zij vervolgens zelf, op basis van een beleidsmatige afweging, de ligging en de omvang van de veiligheidscontour. Wel is de veiligheidscontour per definitie ruimer dan de plaatsgebonden risicocontour = 10-6 per jaar rondom de bedrijven. Indien daarbij gemeentegrenzen worden overschreden zal daarvoor ook de instemming van het bestuur van de desbetreffende gemeente nodig zijn. De vorm van de veiligheidscontour is dus in principe vrij. Er kan een cirkel rondom bedrijven getrokken worden, maar er kan ook voor gekozen worden om de contour de natuurlijke grenzen van een rivier of kanaal te laten volgen.
Binnen het gebied waarvoor een veiligheidscontour is vastgesteld wordt niet langer getoetst aan de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico (PR). Hierdoor kunnen risico’s op een ongeluk met meer slachtoffers toenemen. Om te voorkomen dat deze risico’s onverantwoord hoog worden, dient een extra voorwaarde gesteld te worden aan vestiging van nieuwe bedrijven in het gebied. Deze houdt in dat zowel de beperkt kwetsbare als de kwetsbare objecten een functionele binding moeten hebben met het gebied of met de risicovolle inrichtingen in het gebied. De wettelijke vereiste verantwoording voor het groepsrisico (GR) bij het verlenen van een milieuvergunning (Wet milieubeheer) of het vaststellen van een bestemmingsplan (Wet ruimtelijke ordening) blijft ongewijzigd van kracht. Voor de verantwoording van het groepsrisico is de functionele binding een argument waarmee de aanvaarbaarheid van het groepsrisico wordt gemotiveerd.

Functioneren veiligheidscontour

Voor het functioneren van de veiligheidscontour is het van groot belang zie boven dat binnen de veiligheidscontour geen kwetsbare objecten aanwezig zijn, gevestigd of gebouwd kunnen worden die niet functioneel gebonden zijn met de risicovolle industrie of met het gebied. Ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen worden toegestaan als deze functioneel gebonden zijn. Deze voorwaarde moet vastgelegd zijn in het bestemmingsplan voor het gebied waarvoor een veiligheidscontour gaat gelden. Dit houdt in dat de veiligheidscontour pas in werking treedt nadat in de bestemmingplannen deze voorwaarden zijn vastgelegd.

Veiligheidscontour Botlek-Vondelingenplaat en -Europoort

Vanaf 2009 werkt de gemeente Rotterdam aan de actualisering van de bestemmingsplannen voor de Rotterdamse haven. Parallel hieraan wordt, per plan, een planMer-procedure doorlopen. Beide procedures worden gelijktijdig gevolgd, alsmede de procedure tot vaststelling van de veiligheidscontour. Het eerste gebied waar op dit moment aan wordt gewerkt is het gebied Botlek-Vondelingenplaat. Momenteel wordt ook gewerkt aan de Europoort en later zal ook Maasvlakte 1 nog volgen.

Onder leiding van de DCMR heeft de projectgroep (dS+V, HbR, OBR en provincie) een voorstel geformuleerd voor de ligging van de veiligheidscontour rondom het industriegebied Botlek-Vondelingenplaat en Europoort. Deze voorstellen zullen in de procedure voor het bestemmingsplan verder worden uitgewerkt. In het bestemmingsplan worden voorwaarden voor de functionele binding uiteindelijk vastgelegd.

Tot slot vindt een verkenning plaats naar de inzet van instrumenten op het gebied van ruimtelijke ordening (bestemmingsplan, vestigingsbeleid), milieu (vergunningverlening) en rampenbestrijding. De inzet van deze instrumenten moet bijdragen aan de borging van de meest acceptabele veiligheidssituatie binnen het gebied waarvoor de veiligheidscontour wordt vastgesteld.