Alternatieven en varianten Blankenburg- en Oranjetunnel
In het Masterplan Rotterdam Vooruit zijn twee tracés aangegeven voor een Nieuwe Westelijke Oeververbinding:
1. het Blankenburgtunnel, dat ten oosten van Maassluis/Rozenburg ligt.
2. het Oranjetunnel, dat ter hoogte van de Maeslantkering ligt.
Deze tracés zijn nader onderzocht. Op 7 december 2011 heeft minister Schultz van Haegen haar voorkeur uitgesproken voor de Blankenburgtunnel, variant Krabbeplas-West.
Bij de keuze voor de Balnkenburgtunnel volgt de minister het advies van de meerderheid van de regionale gemeenten die haar voorkeur heeft uitgesproken voor de Blankenburgtunnel Krabbeplas-West. De minister heeft expliciet benoemd dat een toekomstige doortrekking van het Blankenburgtracé ten noorden van Schiedam en Vlaardingen niet aan de orde is. Vanwege de ruimtelijke kwaliteit en de natuurwaarde van het gebied heeft de variant Krabbeplas-West de voorkeur boven de variant Middendoor. Het tracé Krabbeplas-Oost ligt dichter bij Vlaardingen en zal daarom meer leefbaarheids en ruimtelijke beperkingen met zich meebrengen voor Vlaardingen. Vandaar dat dit tracé niet de voorkeur geniet.
De minister is bereid de meerkosten te betalen voor een verlaagde aansluiting bij de A20 van circa € 50 miljoen. Binnen de scope van het project zal de minister de benodigde investeringen doen voor effectbeperkende maatregelen op het gebied van lucht en geluid. De minister stelt maximaal € 1,2 miljard beschikbaar voor de Blankenburgtunnel. Dit bedrag is inclusief een verlaagde aansluiting op de A20. Uitgangspunt is dat tol wordt geheven op de verbinding ter gedeeltelijke dekking van de rijksbijdrage. Hierbij wordt ingezet op een opbrengst van € 300 miljoen.
De regio zal in het voorjaar van 2012 nut en noodzaak van aanvullende maatregelen onderzoeken en hiervoor zo nodig een concreet voorstel doen. De regio levert hiervoor dan ook een financiële bijdrage. In het voorjaar van 2012 leggen Rijk en regio afspraken vast in een bestuurlijke overeenkomst.
De Oranjetunnel heeft in vergelijking met de Blankenburgtunnel een te beperkte verkeerskundige meerwaarde. Bovendien is de Oranjetunnel duurder en heeft de Oranjetunnel een lagere baten/kosten verhouding.
De Blankenburgtunnel
Het tracé van de Blankenburgtunnel verbindt de A20 tussen Maassluis en Vlaardingen met de A15 bij Rozenburg. De Blankenburgtunnel kruist de Nieuwe Waterweg. Aan de zuidzijde van de Nieuwe Waterweg is een tracéreservering aan de oostkant van Rozenburg, parallel aan de Botlekweg. Er is in het verleden rekening gehouden met de realisatie van een knooppunt met de A15. Aan de noordzijde speelt de aanwezigheid van het veenweidegebied een rol, dat bezocht wordt door natuurliefhebbers en recreanten. In het onderzoeksgebied liggen delen van de Rijksbufferzone Midden Delfland, een surfplas, bestaande kassen en het uitbreidingsgebied voor bedrijven van Maassluis. De mogelijkheid wordt onderzocht of de westelijke bedrijventerreinen van Vlaardingen direct kunnen worden aangesloten op de nieuwe oeververbinding.
De Oranjeverbinding
Het tracé van de Oranjeverbinding ligt ter hoogte van de Maeslantkering; de verbinding loopt tussen de A15 en knooppunt Westerlee. Uit verkeersberekeningen die zijn uitgevoerd in het kader van het Masterplan is naar voren gekomen dat de Oranjeverbinding kan worden uitgevoerd met 2x2 rijstroken. De Oranjeverbinding kruist de Nieuwe Waterweg en het Calandkanaal, waarbij het Calandkanaal geschikt is (en moet blijven) voor grote zeeschepen. De diepteligging van een eventuele tunnel wordt bepaald door het vaarwegprofiel van het Calandkanaal. De keuzemogelijkheden voor de ligging van de Oranjeverbinding wordt vooral bepaald door de nabijheid van de Maeslantkering. De stabiliteit van deze kering vereist dat er in het gebied aan weerszijde van de kering, maar zeker aan de oostzijde, de ondergrond niet wordt aangetast. Het tracé van de Oranjeverbinding ligt aan de zuidzijde van Calandkanaal in een zone die gereserveerd is voor infrastructuur (bij de Rijnweg). In deze zone staan hoogspanningsmasten en ligt een groot aantal kabels en leidingen die door middel van zinkers het Calandkanaal en de Nieuwe Waterweg kruisen. Ten behoeve van de aansluiting op de A15 bestaat de mogelijkheid dat een 2e Dintelhavenbrug nodig is. Onderzocht zal worden in hoeverre het mogelijk is om het tracé van de Oranjeverbinding verder naar het oosten te leggen. Aan de noordzijde van de Nieuwe Waterweg buigt het tracé naar de N223 om naar het nieuwe knooppunt Westerlee te gaan. Het tracé doorsnijdt bestaande bedrijventerreinen en glastuinbouw.